COLUMN: VERWEGISTAN

sep 05, 2012
admin

Een internationaal netwerk, tegen wil en dank ?

Bouwen in het buitenland. Het is niet meer weg te denken in de hedendaagse praktijk van een zichzelf respecterend bureau. Als je internationaal georiënteerde klanten wilt bedienen en als klant wilt houden is niet de vraag ‘of ’maar ‘ hoe’. Het belangrijkste vraagstuk dat moet worden opgelost is hoe kan het betaalbaar worden gehouden. En dat dan vooral voor de kleinere stands.

Reeds vele jaren zijn wij gewend om in het buitenland te bouwen. Voor enkele opdrachtgevers in het meubelsegment verzorgen wij al vele jaren hun meubelpresentaties. Locaties als Keulen, Brussel, Milaan en Birmingham kennen wij goed. Elke locatie heeft zijn eigen aardigheden. Een voorbeeld van zo’n ‘eigen aardigheid’ is dat in Milaan op de Salone del Mobile in sommige hallen bijvoorbeeld alle stands 500 cm. hoog moeten zijn. Ja u leest het goed, de standaardhoogte is 500 cm. Om een stabiel indrukwekkend, hoogwaardig beeld van de hele beurs te kunnen realiseren. Voordeel van meubel-presentatiestands is dat ze vaak groot zijn. Voor een bekend merk is dat al gauw 200 tot 500 vierkante meter. Daardoor kunnen de additionele kosten over veel meters worden omgeslagen. Voor onze vaste relaties hebben wij al op vele manieren kunnen bouwen. Met standbouwers uit het land van de opdrachtgever. Of met de bouwers uit Nederland. Het is best wel een unicum om voor een Italiaans bedrijf met Nederlanders in Italië te bouwen. Jarenlang is dat de beste en meest betrouwbare en betaalbare optie geweest. De markt heeft zich echter veranderd.

Meer en meer zijn er opdrachtgevers die zich ook met kleine stands, laten we zeggen zo 20 tot 50 vierkante meter in het buitenland willen presenteren. En dan ook niet 1 of twee keer, maar wel 10 tot 15 keer. Plaatsen hoog in Scandinavië, diep in Spanje of ver in Tsjechië zijn geen uitzondering meer. Plaatsnamen als Gijon, Brno, Valencia, Ludwigshafen, Helsinki komen steeds vaker in ons boekje voor. Het dilemma is dan met wie zo een project betrouwbaar kan worden gerealiseerd. Hadden we vroeger angst te vertrouwen op ‘inheemse’ standbouwers uit verre landen, inmiddels is gebleken dat er verspreid over Europa en ook daarbuiten, hele betrouwbare partners zijn te vinden die zeer zelfstandig en adequaat een stand kunnen realiseren. Het is niet meer zozeer een lage kostprijs van deze landen die het nuttig maakt om op deze wijze samen te werken. Inmiddels zijn in bijna alle landen de arbeidskosten flink opgelopen. En ook daar weet men wel een beetje hoe de West-Europese prijsniveau is. Het ontbreken van de logistieke kosten als transporten, reis- en verblijfskosten brengen het grote kostenverschil.

Recentelijk mocht ik zelf twee van die Europese ‘verwegistan’ plaatsen aandoen. Het leek mij wenselijk die lokale standbouwers eens zelf in de ogen te kijken. Enige achterdocht had ik nog wel. Dat was ook de reden om te gaan. Doen ze wat ze zeggen te doen en zeggen ze wat ze doen. Kun je echt blindvaren op vakbroeders zo ver weg. Zijn ze ook in staat het kwaliteitsniveau te realiseren dat wij gewend zijn te bieden Ik ben bijzonder optimistisch terug gekomen. De wereld, Europa is inderdaad veranderd. Er is eigenlijk geen zij en wij meer. Er is alleen nog maar ons, ons in het vakgebied. Zo langzamerhand voel ik mij ook Europeaan dan alleen Nederlander. Een ieder die een navigatie systeem heeft hoeft alleen nog maar een adres in te tikken en zonder problemen rij je rechtstreeks naar een of ander beursgebouw in een van de uithoeken van Europa. En uiteraard kun je vaak ook vliegen, maar zelf vind ik dat minder leuk. Ik ervaar graag de weg naar een locatie.

Er is echter ook een tegenovergestelde ontwikkeling. Steeds vaker hoor ik vreemde talen spreken in de beurslocaties in de buurt. Pools, Tsjechisch, en andere voor mij niet te traceren tongvallen. Meestal zijn dat werkers op stands van duidelijk buitenlandse opdrachtgevers. Soms ook niet. We kunnen dus concluderen dat Europa zowel groter als een stuk kleiner is geworden. Wij reizen wat af, en zij reizen wat af. Als je dat visualiseert lijkt dat op zo’n kaartje van een luchtvaartmaatschappij. Het spinnenweb van lijnen dat aangeeft waar de vliegtuigen van de betreffende naar toe vliegen. Interessant, een spinnenweb van lijnen van standbouwers en conceptdenkers.

Mijn eindconclusie is dat we optimistisch kunnen zijn over de Europese mogelijkheden van ons vakgebied. Er bestaat, misschien tegen wil en dank, een gigantisch netwerk. Als we zorgen dat de draden goed met elkaar verbonden worden of blijven. Opeens blijkt verwegistan zeer bereikbaar.

Home » COLUMN: VERWEGISTAN