COLUMN: NOT AMUSED

nov 07, 2012
admin

‘NOT AMUSED’

Of: wie besluit er nou…………

Of: de democratisering van de standbouwmarkt…

Of: delegeren, is dat wel zo goed ?

Een kwart eeuw. Ruim 26 jaar geleden begon ik mijn eigen ontwerpstudio. Ik was een van de eersten, misschien wel de eerste die een in het ontwerpen van stands gespecialiseerde  studio is gestart. Tot die tijd werd er alleen door  ontwerpers die bij standbouwers in dienst waren stands ontworpen. Veelal kwamen deze uit de grafische hoek of vanuit het etaleervak. Als een jonge hond ging ik tekeer. Als opgeleid interieur architect had ik een eigen benadering die sterk afweek van de gevestigde orde. Enthousiast voor mijn zelfgekozen vak: standontwerpen. Het leukste deel van mijn vak vond ik, en vind ik nog steeds, het presenteren van het concept, het discussiëren over het  ontwerp en het samen met de opdrachtgever realiseren van een buitengewoon goed project. Waarbij niet zozeer het ontwerp centraal staat maar vooral wat het totaalconcept teweeg brengt. De interactie tussen product, mens en stand, ofwel de communicatie, is wat mij interesseert. Dat is mijn vak. Daarover wil ik praten met mijn opdrachtgevers. Want zij kennen hun product, de toepassingen en de gebruikers. Ik ben de specialist in ruimtelijke communicatie.

Maar ik ben ‘not amused’.

Wat is er aan de hand. In mijn beginjaren had ik prachtige discussies met mijn opdrachtgevers. Menig keer tot in de late uurtjes, in een café, bij een directeur thuis, of gewoon op het bedrijf of mijn studio aan huis. Die discussies komen (bijna) niet meer voor. Daarom ben ik niet blij.

Maar hoe komt het nou dat die discussies nog zo weinig plaatsvinden. Het antwoord is: de democratisering van de ondernemingen. Versta mij goed. Politiek gezien ben ik een groot voorstander van de democratie. Ik heb jaren op D’66, het redelijk alternatief, gestemd. Ik ben echt iemand van het midden. Ik voel mij vaak verwant met links, maar even vaak met rechts. Redelijkheid van argumenten is waar ik voor val. Het grote gelijk bestaat niet. Vele thema’s kennen een dilemma. Wat voor de een goed is, is vaak minder goed of slecht voor de ander. Een schaduwzijde van democratisch denken is of kan zijn, dat verantwoordelijkheid over vele schouders wordt verdeeld. Dat is op zich prima. Alleen om dat te bereiken moet vaak water bij de wijn worden gedaan. Uitgangspunten worden afgezwakt en / of worden uitonderhandeld. Een grote(re) groep mensen moet het eens kunnen zijn met de formuleringen. Het uiteindelijke resultaat is vaak een zwak aftreksel van wat eerder een krachtig voorstel of initiatief was. Ook in de politiek mis ik de mensen die ergens voor gaan staan. En de overtuigingskracht hebben grote groepen mensen achter zich te scharen.

Binnen het bedrijfsleven denk ik anders over democratisering. Voor een onderneming is het van groot belang dat een stabiele koers op basis van uitgangspunten wordt uitgezet. Geen halfzachte zoethouders voor elke medewerker. Maar een krachtige bedrijfsfilosofie die richting geeft aan het totale bedrijf. Zeker, de huidige tijd vraagt snelle aanpassingen. Maar bij een goed fundament  onder een bedrijf blijven de basisvoorwaarden van kracht. Mijn visie is dan ook dat bedrijven gebaat zijn bij een sterke leider die goed luistert naar de medewerkers, maar daarna wel aangeeft in welke richting het bedrijf gaat. Dus democratisch in de relatie tot de medewerkers, een autoriteit in het geven van richting aan het bedrijf.

Wat mij nou niet blij maakt is dat ik die bevlogen directeur of marketing manager niet of  nauwelijks meer spreek. Taken delegeren is een groot goed geworden. Onze presentaties, die met de middelen die ons tegenwoordig ter beschikking staan werkelijk technisch perfect zijn, prachtige animaties, perfecte computerfoto’s, prima cad-tekeningen, volledig uitgewerkte grafische lay- outs, moeten wij vaak presenteren aan de 2e of 3e lijn. Zeker, ook deze medewerkers zijn gewaardeerd. Hebben vaak mooie titels op hun visitekaartje, zoals marketing assistant, of communications specialist. Zijn vaak goed opgeleid. Maar zijn veelal te kort in dienst om ervaring en een visie op het bedrijf of product te hebben. De Marketing Communications manager heeft het te druk om zelf een goede visie cq. briefing op papier  te zetten. Dat delegeert hij of zij aan een medewerker. Controleert dat en geeft goedkeuring. Maar dat is iets anders dan zelf een bevlogen, enthousiasmerende, inspirerende briefing te maken. Waarop ik of een van mijn gewaardeerde collega’s kan reageren met een boeiend plan. Met een felle discussie. Met als resultaat een buitengewoon standbouw project. De praktijk is nu dat de assistent het plan presenteert aan de manager, en de manager het voorstel presenteert aan  de directie. Inmiddels verdwijnen de mensen die het plan maakten naar de achtergrond, vindt er geen of nauwelijks inhoudelijke discussie plaats en wordt het project beoordeeld op de mooie plaatjes  en niet op de inhoud.

Wat ik nou zo graag wil is de discussie terug in de directiekamer. Ik ervaar bij directies weinig durf.  Zij kijken vooral naar de centen en naar de koersen van het bedrijf. Voorzichtigheid alom. Het belang voor onze klanten is juist om projecten te realiseren die  motiverend werken voor bedrijf en medewerkers. Juist communicatieve standconcepten zijn gebaat bij durf op basis van visie. En vertrouwen in de visie van de bedenkers. En hou kun  je nou vertrouwen krijgen in iemand die je niet ontmoet hebt, die je geen lastige vragen hebt kunnen stellen. Democratie en delegeren zijn een groot goed. Maar soms moet je zelf als directie of manager de verantwoordelijkheid opeisen.

Kort geleden was ik met een van mijn ontwerpers bij een zeer bekend bedrijf voor een briefing. Tot mijn grote vreugde zaten daar vier personen, managers en directie. Een goede schriftelijke briefing die we tevoren hadden ontvangen. Discussie over het te maken voorstel, visie op de producten. Beantwoording van onze vragen en twijfels. Twee prachtige uren. Wij werken nu extra hard aan een goed voorstel. De presentatie zal aan dezelfde vier personen plaatsvinden, en dat zijn ook de beslissers. Ik kijk er met veel plezier naar uit. Het kan dus wel. Er is nog hoop.

Tot slot: het belang voor een opdrachtgever is dat zijn marcom budget goed besteed wordt. Een goede, indringende dialoog met de conceptmakers kan naar mijn overtuiging de waarde van de bestede euro’s verdubbelen. Een uitdagend concept, uiteraard passend bij de bedrijfsfilosofie, zal zowel naar medewerkers als relaties vitaliserend werken.

Home » COLUMN: NOT AMUSED